Dijkverbetering: garantie voor de toekomst

Frans ter Maten

Frans ter Maten, heemraad

Kunnen we leren van de geschiedenis? Ik vind van wel. Als dagelijks bestuurslid van Waterschap Vallei en Veluwe staat de watersnood van precies honderd jaar geleden scherp op mijn netvlies. Deze ramp staat niet los van het werk dat we vandaag als waterschap doen en de keuzes die we maken, gericht op de veiligheid van honderdduizenden mensen. De recente overstromingen in Engeland laten zien hoe belangrijk dat is.

Op 13 januari 1916 maakte een stormvloed slachtoffers en richtte grote schade aan rondom de toenmalige Zuiderzee, nu het IJsselmeer. De hele middag en nacht stond er een noordwesterstorm van windkracht 10. Veel zeewater werd de Zuiderzee opgeblazen en dat viel samen met hoge waterafvoeren op de grote rivieren. De dijken braken op diverse plaatsen. In Noord-Holland vielen negentien doden. Bij Nijkerk kwam het water door een doorbraak van de Arkemheense Zeedijk tot voorbij de spoorlijn. Grote schade werd aangericht in Spakenburg, waar de storm botters op de kade smeet.

Nieuwe normen voor dijken
De ramp was de directe aanleiding voor de aanleg van de Afsluitdijk, die in 1932 gereed kwam. De stormvloed van 1953 was aanleiding voor de aanleg van de wereldberoemde Deltawerken. In de winters van 1993 en 1995 steeg het water in de grote rivieren tot gevaarlijke hoogtes. Dat was aanleiding om onze binnendijken eens goed onder de loep te nemen. De Tweede Kamer stelde nieuwe normen voor onze dijken vast. Sindsdien verbeteren waterschappen overal in ons land de dijken. En inmiddels dienen ook deze maatregelen internationaal tot voorbeeld. Niet alleen in Europa, maar ook in de VS, Zuid-Amerika en Azië.

Ooggetuige
Graag citeer ik de Zaandijker Gerrit Jan Honig, ramptoerist avant la lettre, die in 1916 in Noord-Holland een ooggetuigenverslag schreef over de gevolgen van de noordwesterstorm en de overstromingen en zijn verhaal eindigde met de zin: “De waterwolf kan wel slapen, maar is niet dood en ook in de toekomst kan deze oude vijand van onze lage landen gelegen bij de zee de kusten weder bespringen en de dijken weder beuken in zijn volle kracht. Nederland, Aeternitate Vigila, waakt eeuwig!”

dijken brekenEem en Randmeren
Waterschap Vallei en Veluwe is al jaren bezig om de waterkeringen langs de Eem en de Randmeren te verbeteren. Om zo het risico van komende overstromingen tot een minimum te beperken. Ingrijpende activiteiten voor iedereen, zeker voor de inwoners die om, nabij en op de dijk wonen. Maar het moet gebeuren: immers we willen geen overstromingen meer in Nederland.
Op woensdag 13 januari 2016, honderd jaar na de stormvloed op de Zuiderzee, sluiten wij de verbetering van de Arkemheense Zeedijk en de Oostdijk tussen Nijkerk en Spakenburg af. Hierdoor kunnen de dijken het water keren dat bij een noordwesterstorm van windkracht 11 de Randmeren wordt opgeblazen. Komende twee jaar zullen ook de dijkverbeteringen Slaagse dijk, Eemdijken en Westdijk worden afgerond. Ook wordt de beweegbare, opdrijvende waterkering in de historische kern van Spakenburg opgeleverd.

Klimaatverandering
Zover zijn we inmiddels: met nieuwe kennis over het gedrag van water en dijkenbouw nemen we gerichte maatregelen, om rampen zoals die van 1916 en 1953 te voorkomen. Want door klimaatverandering – de gevolgen ervan zien wij in de landen om ons heen – geven resultaten uit het verleden, geen garantie voor de toekomst. Daarom gaan we de komende jaren ook aan de slag met de Grebbedijk en de dijken van de IJssel. Daarbij zie ik het als mijn taak om de inwoners van ons werkgebied, met name hen die deze maatregelen direct treffen, goed mee te nemen in de beslissingen die genomen worden.

Gerelateerde artikelen